september 2017

Karel de Leest, voorzitter van de Raad van Bestuur van SVO vakopleiding food:

‘Leerbedrijven onderschatten rol als praktijkopleider’

SVO vakopleiding food heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld van een slagersvakopleiding tot een breed opererende mbo-vakopleider in food, die zich onder meer richt op het opleiden van toekomstig personeel voor de foodindustrie. Meat&Co. voelde Karel de Leest, voorzitter van het College van Bestuur van SVO, niet alleen aan de tand over het reilen en zeilen bij deze vakopleider, maar ook over het functioneren van leerbedrijven binnen deze industrie. Leerbedrijven zouden zich er meer van bewust moeten zijn dat zij verantwoordelijk zijn voor een belangrijk deel van de opleiding van studenten.

T: Bart Manders
F: Ger Thijssen

Welke eerste indruk van SVO vakopleiding food kreeg u toen u in februari 2015 aan de slag ging als nieuwe voorzitter van het College van Bestuur?  
Karel de Leest: „Vanuit verschillende functies, organisaties en rollen ben ik al ruim 25 jaar werkzaam in het beroepsonderwijs. Bij meerdere ROC’s heb ik als projectleider nieuwe projecten opgezet, zoals een andere wijze van beroepspraktijkvorming, innovatieve opleidingen gestart en examineringen op de schop genomen. Als interim-manager heb ik de laatste tien jaar in de rol van opleidingsmanager of vestigingsdirecteur verschillende opdrachten uitgevoerd bij het ROC en AOC. Sinds 2012 was ik directeur van Veiligheid & Defensie College van ROC Midden-Nederland. Rode draad in mijn functies voor het beroepsonderwijs is altijd mijn streven geweest om het bedrijfsleven en het onderwijs dichter bij elkaar te brengen. Toen ik 2,5 jaar geleden bij SVO terecht kwam, merkte ik dat deze vakschool een historisch gegroeide, sterke binding had met het bedrijfsleven en dat alle medewerkers loyaal waren en ‘SVO’ in hun genen hadden zitten.”

Wat waren uw eerste prioriteiten als voorzitter?
KdL: „Bij mijn komst als voorzitter trof ik een fors probleem aan bij SVO. Dit probleem is deels ontstaan doordat mijn voorganger in deze functie meer met een ondernemersblik dan met een onderwijsblik naar SVO keek. Hierdoor is er in de hieraan voorafgaande jaren te weinig focus geweest op een aantal relevante aspecten die nodig zijn om je te kunnen blijven verbeteren als vakschool. Op zich functioneerde SVO als organisatie dankzij haar betrokken medewerkers goed. Zij was echter te weinig kritisch op zichzelf en er was enige neiging tot arrogantie. Belangrijk is dat een vakschool zichzelf niet op de borst klopt, maar dat de studenten en de bedrijven waarvoor je werkt tevreden zijn. SVO miste een groep van externe betrokkenen om zich heen, die haar een spiegel kon voorhouden. Vanuit de Raad van Toezicht van SVO kreeg ik als belangrijkste opdracht dat in meerdere opzichten de lat hoger moest worden gelegd. Zo diende het niveau van alle mbo-opleidingen van SVO te worden verhoogd en moest er meer aansluiting komen op het hoger beroepsonderwijs.
De Raad van Toezicht houdt toezicht op mijn functioneren als voorzitter. Daarnaast is er een Raad van Advies, samengesteld uit vertegenwoordigers van alle foodsectoren waarop SVO zich als vakopleider richt. Deze raad is onze inhoudelijke sparringpartner als het gaat om de voortdurende verbetering van ons onderwijs.”

Na uw komst verkeerde SVO enige tijd in financieel zwaar weer. Wat moest er gebeuren om het tij te keren?    
KdL: „SVO had inderdaad behoorlijke financiële problemen. Deze problemen werden veroorzaakt door een nieuwe vorm van onderwijsbekostiging door de overheid, ook wel bekend als de cascadebekostiging. Kortweg komt deze bekostiging erop neer dat hoe langer studenten bij SVO onderwijs volgen, des te minder er door de overheid wordt betaald. Studenten beginnen bij ons met een mbo niveau 2-opleiding en gaan dan via mbo niveau 3 naar het hoogste niveau mbo 4. Zo verblijven ze 6 tot 7 jaar op school, terwijl er voor de laatste jaren minder en voor het zevende jaar helemaal niets meer wordt betaald. Een blik op de begroting leerde ons dat 25% van onze totale studentenpopulatie er veel langer over deed dan vier jaar. Zo is SVO slachtoffer geworden van de nieuwe bekostigingsvorm van de overheid. De effecten hiervan zorgden voor veel onrust en onzekerheid binnen onze organisatie.”

Hoe is gehandeld om de gevolgen van de cascadebekostiging op te vangen? 
Kdl: „In februari 2016 heeft SVO gesprekken over aanvullende financiering gevoerd met het ministerie van OCW en de Onderwijsinspectie.  OCW en de Onderwijsinspectie stelden hierbij als voorwaarde dat SVO als organisatie effectiever en efficiënter moest worden. In een plan van aanpak zijn de benodigde maatregelen vastgelegd en deze zijn besproken met OCW. Vervolgens heeft een reorganisatie plaatsgevonden en is er een sociaal plan gekomen. Na een moeilijke start, waarbij we afscheid moesten nemen van mensen, is SVO nu veel gezonder en functioneert zij beter. Bijzonder na deze roerige periode is dat de loyaliteit van de docenten en medewerkers onverminderd groot is gebleven.”

Welke meerwaarde hebben de huidige SVO-docenten voor studenten die een loopbaan ambiëren in de foodindustrie?
Kdl: „SVO-docenten hebben in het verleden zelf vaak een opleiding bij SVO gevolgd en kennen de beroepspraktijk als geen ander. Om een sterke binding te houden met de foodbedrijven waarin en waarvoor studenten worden opgeleid, gaan zij er zelf een week per jaar aan de slag. Door te praten met de medewerkers en de SVO-studenten die er werken, leren zij de nieuwste bedrijfstrends en –ontwikkelingen kennen. Uiteindelijk kunnen zij hun onderwijs zo verrijken met actuele praktijkvoorbeelden. Ook gaan we bij de mbo-opleidingen steeds meer gastdocenten uitnodigen, die boeiende ervaringen kunnen delen vanuit hun dagelijkse foodpraktijk.”

Hoe houdt u als voorzitter zelf feeling met deze industrie?
Kdl: „Enkele jaren geleden heeft SVO een strategische keuze gemaakt om zich van slagersvakopleiding te ontwikkelen tot een breder opererende vakopleider in food. Een keuze die mede was ingegeven door het feit dat het aantal Nederlandse slagers de afgelopen jaren sterk is verminderd. Anno 2017 bieden we mbo-opleidingen voor medewerkers in versspeciaalzaken, supermarkten, fastservicebedrijven en foodindustrie.
De afgelopen 2,5 jaar heb ik de foodindustrie leren kennen als een dynamische sector waarin bijzonder veel gebeurt en die de voortdurende aandacht heeft van consument en politiek. Als voorzitter kom ik zelf vaak bij foodbedrijven over de vloer. Het is leuk en interessant om te vernemen wat er binnen deze bedrijven speelt. Tijdens mijn bezoeken vraag ik medewerkers en ondernemers ook wat zij wel of juist niet goed vinden aan onze vakopleidingen en wat er mogelijk kan worden verbeterd. Op deze manier probeer ik een kritisch geluid te organiseren, waarmee SVO zich verder kan verbeteren.”

Wat is u het meest bijgebleven van uw bedrijfsbezoeken?
Kdl: „Tijdens mijn bezoek aan enkele Nederlandse slachthuizen was ik aangenaam verrast door de geavanceerde logistieke processen. Ook was ik onder de indruk van hun optimale tracking & tracing-verhaal van het geslachte dier tot het uiteindelijk verpakte stukje vlees. Bij McDonald’s , waarvoor SVO ook medewerkers en ondernemers opleidt, is het interessant om te merken dat vijf jaar vooruit wordt gedacht over het type medewerkers dat zij nodig denken te hebben. McDonald’s heeft een duidelijk idee van de toekomstige investeringen op personeelsgebied.”

Hoe functioneren de huidige leerbedrijven binnen de foodindustrie in uw ogen?
Kdl: „Bij onze BBL-opleidingen gaan studenten één dag per week naar school en vier dagen per week aan de slag in een leerbedrijf. Leerbedrijven zouden zich er meer van bewust moeten zijn dat zij verantwoordelijk zijn voor een belangrijk deel van de opleiding van studenten. Deze opleidersrol onderschatten zij. In het verleden heeft SVO hun zelf te weinig uitgelegd wat hun rol in de praktijkopleiding moet zijn. Zij gaan er onterecht vanuit dat SVO hiervoor alleen verantwoordelijk is. Om het besef te vergroten dat zij een belangrijke rol spelen in het opleiden van mensen, gaan we de komende tijd meer met bedrijven in gesprek.”

Wat kunnen deze bedrijven concreet verbeteren?
Kdl: „Het zou goed zijn als een leerbedrijf of leermeester, naast de begeleiding op de werkvloer ook, één uur per week de tijd neemt om met een werkende student in gesprek te gaan. Deze student kan dan bijvoorbeeld vertellen wat hij of zij in die week geleerd heeft en een leerbedrijf kan dan vragen of het ergens mee kan helpen. Bedrijven die aandacht besteden aan de betrokkenheid en de tevredenheid van studenten en medewerkers, investeren ook op een positieve manier in toekomstig personeel voor de foodsector. Ontevreden medewerkers zijn namelijk sneller geneigd deze sector te verlaten. Bedrijven zouden wat dat betreft meer sectoroverschrijdend moeten denken. Veel werkgevers denken onterecht dat salaris op nummer 1 staat als het gaat om het tevreden houden van je medewerkers. Medewerkers zelf vinden het veel belangrijker dat er op andere manieren in hun betrokkenheid wordt geïnvesteerd.”

Wat waren voor SVO de belangrijkste redenen om in september 2016 te starten met de brede voltijdopleiding Generation Food?
Kdl: „Tijdens gesprekken met mensen en organisaties uit het bedrijfsleven kregen we steeds meer vraag naar vakmensen met een hoger niveau. Ook deelden veel ondernemers met ons de zorg over de uitstroom in het vak en over goede bedrijfsopvolging. Dit heeft uiteindelijk geleid tot de ontwikkeling van deze nieuwe Beroeps Opleidende Leerweg op niveau 3 en 4. De eerste twee jaar is op niveau 3 en vervolgens kunnen studenten nog een extra jaar doen, waarbij zij uitstromen op niveau 4.
Doelgroep van deze opleiding zijn 16-jarigen die van het Vmbo afkomen en die geïnteresseerd zijn in food in de meest brede zin van het woord. Zij worden in drie jaar opgeleid tot een nieuwe generatie foodprofessionals, die de ondernemers van de toekomst zullen vormen. Zij kunnen later aan de slag in versspeciaalzaken of supermarkten, of als bedrijfsleider bij fastservicebedrijven en in de voedingsindustrie. Gedurende de drie jaar wordt getrechterd op meer specialisme. Vorig jaar zijn we met de Generation Food-opleiding gestart in Zwolle, Houten en Best. Dit jaar is begonnen op de SVO-locatie in Rijswijk. Volgend jaar komen hier Rotterdam en Amsterdam bij. Op dit moment zijn er 75 studenten die de opleiding volgen. De prognose is dat dit aantal de komende jaren zal doorgroeien naar een paar honderd.”

Trefwoordenlijst

Interview Karel de Leest

Reacties op dit artikel

© Copyright - Meat & Co - created by Dokwerkers | Crossmedia